De CO-STAR-promptstructuur bestaat uit Context, Objective, Style, Tone, Audience, Response, oftewel context, doel, stijl, toon, doelgroep en antwoordvorm. Je legt vast wat AI moet maken, voor wie en hoe het resultaat eruit moet zien.
Dit artikel hoort bij Promptstructuren en shortcuts binnen de AI Promptgids.
Wat betekenen de zes onderdelen?
- Context: de achtergrond van de opdracht.
- Objective: het doel en de concrete opdracht.
- Style: de manier van schrijven, zoals korte zinnen en concrete voorbeelden.
- Tone: de houding die de tekst uitstraalt, zoals vriendelijk of zakelijk.
- Audience: de lezers en hun voorkennis.
- Response: het gewenste resultaat, inclusief indeling en lengte.
Style en Tone kunnen op elkaar lijken. ‘Een praktische handleiding met korte stappen’ beschrijft de stijl. ‘Rustig en bemoedigend’ beschrijft de toon.
Kopieerbaar CO-STAR-template
Context: [Achtergrond en relevante informatie].
Objective: Maak [concreet resultaat] zodat [doel].
Style: Gebruik [schrijfaanpak].
Tone: Schrijf [gewenste houding].
Audience: De tekst is voor [doelgroep en voorkennis].
Response: Lever [indeling en lengte].
Praktisch voorbeeld
Context: Een buurtcentrum organiseert een eerste bijeenkomst over digitale veiligheid. Deelnemers gebruiken e-mail, maar kennen de term phishing nog niet.
Objective: Schrijf een introductietekst die uitlegt wat phishing is en waarom deelnemers een verdacht bericht eerst moeten controleren.
Style: Gebruik gewone woorden en één herkenbaar voorbeeld van een onverwacht betaalverzoek.
Tone: Rustig en behulpzaam, zonder mensen bang te maken.
Audience: Volwassen beginners zonder technische voorkennis.
Response: Maximaal 180 woorden, twee korte alinea’s en drie controlepunten.
Controleer of de uitleg begrijpelijk blijft en of de controlepunten uitvoerbaar zijn. Een tooninstructie vervangt de inhoudelijke controle niet.
Wanneer gebruik je de CO-STAR-promptstructuur?
Het CO-STAR-framework past bij communicatie waarbij doelgroep en presentatie veel verschil maken, zoals een nieuwsbrief, uitlegpagina of publieksbericht. Een expliciet doelgroepveld helpt om voorkennis niet te overschatten.
De doelgroep bepaalt welke uitleg nodig is. Beginners hebben bijvoorbeeld meer aan gewone woorden en een herkenbare situatie dan aan vaktermen zonder toelichting. Geef bij Audience daarom aan wat de lezer al weet en wat nog uitgelegd moet worden.
Controleer ook het verschil tussen stijl en toon. Een praktische uitleg met korte stappen beschrijft de stijl. Een rustige, behulpzame houding beschrijft de toon. Een tekst kan overzichtelijk zijn opgebouwd en toch belerend klinken.
Bij Response leg je vast wat je wilt ontvangen, bijvoorbeeld twee alinea’s en drie controlepunten. Beoordeel na afloop zowel die vorm als de inhoud: passen de voorbeelden en adviezen werkelijk bij de doelgroep?
Veelgemaakte fouten
Vul Style en Tone niet met dezelfde vage woorden. Maak zichtbaar hoe iemand de tekst moet kunnen lezen en wat die persoon na afloop moet begrijpen of doen.
Bron en verdere uitleg
GovTech beschrijft dezelfde zes CO-STAR-onderdelen in zijn uitleg over prompt engineering. Dit is een schrijfstructuur, geen garantie op foutloze antwoorden.
Meer over de gewenste uitvoer: Outputformat kiezen in een AI-prompt.
